Vogelvereniging Logo

Het natuurlijk gezond houden van (europese) vogels.

Door: Tom Timmerman

Ik kweek al enkele jaren bloemputters, simpelweg omdat ik het prachtige vogels vind in alle opzichten. Zowel hun karakter als de zang is fantastisch, niet te vergelijken met majorputters. Toch hoor ik regelmatig van collega liefhebbers dat deze vogels moeilijker overgaan tot de kweek, en dat het vaak op een teleurstelling uitdraait. Met dit artikel probeer ik mijn werkwijze te omschrijven, en mogelijks kan het anderen helpen om het eens met deze vogels te proberen en/of betere resultaten te boeken.

Selectie van de kweekvogels

Voor mij begint alles met het selecteren van goede kweekvogels. Tijdens de kweek probeer ik door de koppeling van de kweekvogels de jongen voor het volgende seizoen al te selecteren. Ik ben dus dan al bezig met van welke koppels ik de jongen in het volgende seizoen zal koppelen. Misschien is het ook belangrijk om te melden dat ik ieder jaar start met jonge vogels. Hetgeen ik bijkoop of ruil van andere kwekers is voor 99% mannen.

De wintervoorbereiding

Half november zijn de meeste vogels al mooi door de rui heen, heb ik mijn koppels al geselecteerd en eventueel nieuwe kweekvogels zijn aangekocht of geruild. De putters breng ik onder in mijn tuinhuis. Dit heeft voor mij enkele praktische voordelen. Als ik ‘s avonds thuis kom van mijn werk is het al donker en kan ik dus bijverlichten. Tijdens de wintermaanden staat mijn vrouw tijdens de week hoofdzakelijk in voor de verzorging en hoeft zij dus geen eten te geven in de regen en bevriest het drinkwater niet. Ik heb het geluk dat mijn vrouw een handje toesteekt bij de verzorging, en zo hou ik uiteraard de kerk in het midden. De vogels overwinteren bij mij in draadkooien, mannen en poppen gescheiden. Aangekochte vogels worden steeds apart gehuisvest, nooit samen met mijn eigen kweek vogels. De ruimte is niet zo helder, waardoor ik moet bijverlichten. Tijdens de kortste dagen van het jaar branden de lampen al vanaf 8 uur ’s morgens. Tegen de avond laat ik dit meegaan met de lengte van de dag.

De voeding

Het winterrantsoen bestaat uit een kwalitatieve zaadmengeling voor distelvinken en sijzen van Versele-Laga, waar ik 20% witte perilla door meng en 2 soeplepels levertraan. Verder voer ik ook een kruidenmengsel van gedroogde keukenkruiden oregano, basilicum, thijm, rozemarijn en peterselie. Dit alles evenredig verdeeld. Ik zweer ook bij de positieve effecten van berken daarom krijgen mijn vogels in de winter iedere week een berkentak waar zij dan ook gretig op af komen en deze volledig pellen. Om te drinken geef ik elke dag iets anders. Een dag met oregano extract (Blubke), look extract (Blubke), Poupoule (van een apotheker in Roeselare), Sedechol (aminozuren), Aviol en Omni-Vit van Versele-Laga. Deze laatste 3 producten zijn te verkrijgen bij iedere dierenzaak van vogels. Dit zijn allen natuurlijke gezondheidsbevorderende en antibacteriële producten. De reden dat ik elke dag iets anders geef, is om de darmbacteriën niet gewoon te laten worden aan één product. Zo blijft alles effectief werken. Tijdens de winterperiode krijgen de vogels maar één keer per week wat eivoer. Vanaf februari geef ik dan 2 keer per week eivoer, vanaf maart 3 keer en zo bouw ik dit op met de maanden mee tot de nesten hangen en dan wordt het dagelijks verstrekt.

De kweekvoorbereiding

dagen per week paardenbloemextract. Dit hou ik aan tot het eerste ei gelegd is, en dan stop ik met de extracten en tarwekiemolie. Ik hoor van andere liefhebbers dat zij elke dag paardenbloemen gaan plukken in de kweekperiode. Vroeger heb ik dit ook gedaan, maar de laatste jaren ben ik er mee gestopt. Ik heb de indruk dat mijn vogels met de huidige aanpak in een betere kweekconditie komen en ook beter koppelen. Bovendien is het met verse paardenbloemen altijd geruzie aan de voederbak. Geef je dit niet, dan zijn er geen strubbelingen. Tegen half april hang ik de nestjes op, steeds aan de voorkant van de boxen. Bij mij krijgen ze 2 types om uit te kiezen. Een metalen tralienestkastje (kleinste model) en een nestkorfje. Een tiental dagen later mag ik meestal de eerste eitjes verwachten die ik dagelijks raap en bij nummer 5 samen terug leg. De man plaats ik apart in het zicht van de pop, tot de jongen een week oud zijn. Als de man mee helpt voeren, zal de pop aan het volgende legsel beginnen en zul je het eerste ei van het tweede legsel nog mogen verwachten de dag dat de jongen uitvliegen. Indien dit niet gebeurt, zal de pop wachten tot de jongen bijna zelfstandig zijn alvorens aan het volgende legsel te beginnen. Als de pop zit te broeden blijf ik ieder dag eivoer geven, en zodra de jongen geboren zijn geef ik een tweede soort zaadmengeling, namelijk een puttermengeling van een plaatselijke handelaar. Dit wordt goed en snel opgenomen door de jongen tijdens het zelfstandig worden. Sommige poppen worden tijdens de kweek zo tam dat ze mij geen nestcontrole toelaten. Dit is iets moeilijker om de jongen te ringen, vermits ze dan op het nest blijven zitten. Twee dagen voor het kippen van het tweede legsel worden de jongen uitgevangen en apart gezet. Ook de man vang ik dan terug uit en zet ik eveneens apart. Bij sommige kweekkoppels lukt het wel om de man bij de pop te laten tijdens het broeden en het opvoeden van de jongen, maar ik heb de indruk dat het toch heel onvoorspelbaar is. Vandaar het zekere voor het onzekere..

De rui

Ik zet de jongen apart in kooien van 50x100x100 cm waarbij de eerste maand nog 2 keer per dag eivoer wordt verstrekt. Als zaadmengeling geef ik Versele-Laga als dat van een plaatselijke handelaar. Het drinken blijft hetzelfde als hetgeen ze in de winterperiode krijgen. Het is erg belangrijk om de jongen goed door de rui te krijgen zodat ze niet veel conditie verliezen. Nadat de jonge putters een week apart zitten, begin ik met het verstrekken van Afrikaantjes, halfrijp koolzaad, moerasspirea, mariadistel, kaardebollen en allerlei verse onkruiden die op dat moment beschikbaar zijn.

succes met de kweek van deze prachtige vogels! Als uw kweek reeds goed gaat, verander dan zeker uw schema en aanpak niet. Als het beter kan, loont het misschien de moeite om het op een andere manier te proberen.